“Slordig in haar hele wijze van doen” (maar wel een schatje)

Iemands karakter zou al in zijn eerste levensjaren gevormd worden. Dat ik grotendeels onveranderd ben gebleven sinds ik 7 jaar was, werd me duidelijk toen ik gisteren aan het opruimen was en mijn rapporten van de lagere school tegenkwam (5 jaar tot 11 jaar).

De top vier van eigenschappen die mij werden toegeschreven door mijn leerkrachten destijds:

1. Kritisch; veel commentaar hebben

capriolen-rapporten 004
(eerste leerjaar)

capriolen-rapporten 008
(derde leerjaar)

capriolen-rapporten 009
(derde leerjaar)

capriolen-rapporten 016capriolen-rapporten 017
(zesde leerjaar)

2. Slordig; niet nauwgezet

capriolen-rapporten 006
(tweede leerjaar)

capriolen-rapporten 007
(tweede leerjaar; het wordt groffer en groffer!; maar ‘t is toch slaan en zalven dat ze doen)

capriolen-rapporten 019
(zesde leerjaar; mijn recht van antwoord)

3. Praatziek

capriolen-rapporten 005
(eerste leerjaar)

capriolen-rapporten 015
(vijfde leerjaar)

capriolen-rapporten 014
(vijfde leerjaar)

4. Ik ben een schatje

capriolen-rapporten 010
(vierde leerjaar)

capriolen-rapporten 011
(opnieuw vierde leerjaar)

capriolen-rapporten 012
(nog eens vierde leerjaar; op die juffrouw had ik duidelijk een goede indruk gemaakt, zie me gaan!; *impressed door mezelf*)

capriolen-rapporten 007
(tweede leerjaar; mijn slordigheid was kennelijk aandoenlijk op een of andere manier)

capriolen-rapporten 008
(derde leerjaar)

Gevraagd aan Jeroen of hij mij in bovenstaande opmerkingen herkende, antwoordde hij veelbetekenend (en ik parafraseer)  “Ja, gij zaagt veel, ge praat veel, ge praat slordig, ge wandelt slordig, ge zijt onhandig en ge gooit kleren op de grond”. Maar hij vindt mij wel een schatje :D.