liefdadigheid (deel 1): “soms doe ik zotte dingen”

om de een of andere reden ben ik altijd gehaast. zelfs wanneer ik nergens naartoe moet, probeer ik koste wat het kost een maximale tijdsefficiëntie te bereiken. dit was enkele weken geleden niet anders toen ik ‘s middags van mijn werk naar huis vertrok (wegens “recup”, een zoveelste zaligheid van het ambtenaar-zijn).

bijna zwetend kwam ik het noordstation in brussel binnengestrompeld, alleen om te merken dat ik nog een 20 minuten had om de trein richting antwerpen te halen. desalniettemin nog steeds extreem gehaast, begaf ik mij dan maar naar de panos om een broodje te kopen. eens daar aangekomen bestelde ik mijn “usual” (“een smos kaas op een wit broodje zonder tomaten met worteltjes alstublieft”). de verkoopster begon prompt mijn broodje te besmeren met mayonaise, waarop ik in mijn portefeuille tastte om geld te nemen. toen kwam ik echter tot het besef dat ik geen cash geld had, waarop ik paniekerig naar een bancontact-bakje zocht op de toog. tevergeefs. ik vraag of ik met bancontact kan betalen, ook al ken ik het antwoord al, en de verkoopster antwoordt in gebrekkig nederlands van niet, “wel proton” zegt ze.

deels gefrustreerd door het gebrek aan moderne technologie en deels nog steeds om geen enkele reden gehaast, begin ik tegen te pruttelen en vraag ik of ik niet met bancontact mag betalen als ik 10 cent ofzo meer betaal. dit ging de verkoopster haar nederlands te boven en er werd een tweede verkoopster geroepen. tegen dat die verkoopster mij een negatief antwoord gaf en mij vervolgens een bankautomaat in het station had aangwezen, bereikte mijn nodeloze gehaastheid een hoogtepunt.

geplaagd door mijn irrationeel gevoel van “ik ga te laat zijn” wist ik dan ook niet zeker of ik nog geld kon gaan afhalen, mijn broodje kon betalen en alsnog mijn trein zou halen. de paniek was ongetwijfeld op mijn gezicht te lezen, waarop een wildvreemde medemens mij een briefje van 5 euro toestopte. beleefd opgevoed als ik ben, probeerde ik deze spontane blijk van menslievendheid uiteraard te weigeren: “nee dat hoeft niet hoor! ik zal wel geld gaan afhalen! dat is echt niet nodig zenne!” etc. de man in kwestie nam het briefje echter niet terug aan en terwijl hij vastberaden uit de panos wandelde, riep hij mij breed glimlachend toe: “soms doe ik zotte dingen!”.

nadat ik enkele minuten verbouwereerd had staan wezen, maande de verkoopster mij opnieuw aan om mijn broodje te betalen. ik gaf haar dan maar mijn liefdadighiedsbriefje van 5 euro.

naast “een smos kaas op een wit broodje zonder tomaten met worteltjes” had de gulle gever mij echter ook een schaamtegevoel opgeleverd: die meneer moet immers ongetwijfeld gedacht hebben dat ik op het punt stond mijn trein naar australië te missen (die maar één keer per maand rijdt) om nog op tijd te kunnen zijn voor de begrafenis van mijn grootmoeder ofzo. en dat terwijl ik in feite nog 10 minuten over had om mijn trein te halen, gewoon naar antwerpen onderweg was alwaar ik thuis gewoon “the sims” zou gaan spelen, en waar ongeveer 8989899898 treinen per kwartier naartoe rijden.

om die meneer geen spijt te doen hebben van zijn liefdadigheid – en om de schaamte van mij af te lopen – spurtte ik dan maar door de gang om te doen alsof ik superdringend mijn trein moest halen. eens op spoor 11 aangekomen, was er uiteraard nog geen trein, en poogde ik mij dan maar te verstoppen zodat mijn barmhartige samaritaan mij niet rustig zou zien staan wachten op mijn trein, smikkelend van mijn gratis smoske.

en zo gebeurde het dat ik op een zonnige oktobermiddag ergens bij spoor 11 gehurkt op een bankje en gebukt onder een schaamtegevoel een smos kaas aan het eten was.

(BINNENKORT OP DEZE BLOG: liefdadigheid (deel 2). over hoe sanne ook eens een poging deed tot liefdadigheid in brussel, maar dit eindigde in een pijnlijke afgang.)

ongemakkelijke gesprekken

WAT? gesprekken die tandenknarsend pijnlijk, awkward, doodweg onzinnig of hemeltergend saai zijn. conversaties waaraan elke weldenkende mens zo snel mogelijk een einde zou willen maken, maar waaraan hij om een of andere reden niet kan ontsnappen. een wezenlijk kenmerk van zulke gesprekken is het banale en triviale onderwerp (doorgaans het weer).

WAAR? het vaakst worden deze ongemakkelijke gesprekken gevoerd in een besloten ruimte; een plaats, bovendien, die niet subtiel ontvlucht kan worden. het is net op zulke plekken dat ongemakkelijke gesprekspartners uw personal space binnendringen om vervolgens het ene hersendodende onderwerp na het andere aan te snijden, opgevuld met enkele pijnlijke stiltes uiteraard. menig ongemakkelijk gesprek wordt dan ook gevoerd op de bus, de trein of in de lift. en alhoewel iedereen die al eens een superongemakkelijke conversatie heeft moeten doorstaan maar al te graag uit het raam van een rijdende bus zou springen, zoiets doet ge gewoon niet. de enige mogelijkheid is dan ook uw brein op “off” zetten en de awkwardness simpelweg ondergaan. in het slechtste geval een warme en drukke busrit lang.

WIE? net zoals dat bepaalde plaatsen zich sneller lenen tot een ongemakkelijk conversatie, zijn ook sommige mensen meer geneigd zulke gesprekken aan te gaan en deze koppig vol te houden ondanks het gebrek aan wederkerige interesse. kappers, bijvoorbeeld, krijgen naast lessen “wassen en drogen” ongetwijfeld ook een cursus “hoe elk kappersbezoek doen uitdraaien op een langgerokken gesprek over de meest triviale dingen” op de kappersschool; gevolgd door de cursus “hoe zo’n gesprek voeren met een uiterst ongewillige gesprekspartner die doet alsof hij doof is” voor gevorderden. ook sommige kinesisten lijken een gelijkaardig examen met glans te hebben afgelegd en slagen erin een zalige massage te verdraaien tot een ongewilde therapiesessie of uitgebreid weerbericht.

WIE NOG? deze “skill” (bij gebrek aan beter woord) is echter niet enkel beroepsgebonden: ook de iets oudere medemensen onder ons zullen zich sneller laten verleiden tot een zinloos gesprek in de wasserette, en dit bovendien met méér overgave dan de jongere generatie. zo spreken oudere mensen nóg liever over het weer (ook fauna en flora worden erbij betrokken) en deinzen zij er vaak niet voor terug om wel erg persoonlijke informatie mee te delen in de lift (ouderdomskwaaltjes zijn altijd TMI).

NOG MENSEN WAARVOOR IK MIJ MOET BEHOEDEN? verre kenissen en oude vrienden kennen evenee,s een hoog awkwardness-risicogehalte wanneer het tot een gesprek komt. na de obligatoire fase in de conversatie waar gevraagd wordt naar personen uit het gemeenschappelijke verleden (à la “hoe is het met dingeskes? ale, marie, maya, maaike, …, hoe noemt ze weer?” – “tine” – “aaaahja juist, tine, hoe is het met haar?” – “geen idee, we zijn al 7 jaar niet meer samen” – “ah oei, da’s spijtig” – pijnlijke stilte) draait zo’n gesprek immers uiteindelijk ook steeds uit op een bespreking van het weer van de voorbije week. door desbetreffende ongemakkelijkheid wordt bovendien opnieuw pijnlijk duidelijk waarom deze persoon slechts een verre kennis of een oude vriend is.

ik heb geen idee hoe ik deze post op een scherpzinnige manier kan eindigen, dus bij deze een heel ongemakkelijk einde en “a bunny with a pancake on its head”!

bloed geven doet overgeven

onder de leuze “bloed geven doet leven” trok ik deze ochtend richting edegem om bloed af te staan in het bloedtransfusiecentrum antwerpen.

aangemoedigd door menslievendheid, en deels omdat ik als ambtenaar een dagje verlof krijg om te bekomen van al die menslievendheid, meldde ik mij na een misselijkmakende busrit aan bij het rode kruis in het centrum. een uiterst vriendelijke dame begroette mij en gaf mij uitgebreid uitleg, alsook een “dankubon” die ik kon sparen en uiteindelijk inwisselen tegen een cinematicket of iets dergelijks. verrast door deze financiële blijk van dankbaarheid en de vele mondelinge “danku’s”, nam ik met een goed gevoel plaats om de medische vragenlijst in te vullen. even later, terwijl ik mij aan het afvragen was of ik tussen 1980 en 1996 zes maanden of langer in groot-brittannië verbleef, kreeg ik een mooie pen en een broche toegestopt.

tegen dan begon ik mij al lichtelijk ongemakkelijk te voelen bij al deze erkenning van mijn “goedheid”, zeker aangezien ik de voorbije dagen voornamelijk gedacht had aan hoeveel kleren ik vandaag ging kopen en iets minder aan hoeveel mensenlevens ik ging redden.

na een bespreking met de dokter, mocht ik plaatsnemen in een comfortabele zetel en werd mij het hele proces gewillig toegelicht. ik ben al vaak beprikt en evenvaak gecomplimenteerd geweest met mijn goed prikbare aders, dus zenuwachtig was ik niet. totdat ik nog 10 keer een gemeende “dankuwel” te horen kreeg van de verpleegster en nog van een gratis cola mocht genieten.

tegen dan voelde ik mij zo beschaamd en ongemakkelijk bij al die dankbaarheid dat ik mijzelf voornam om vanaf dan enkel en alleen uit menslievende bedoelingen bloed te komen doneren en denoods die dag nog te gaan werken ook. door mijn herwonnen wil om de meest altruïstische donor ooit te zijn en aangemoedigd door het lichtje dat begon te flikkeren telkens er te weinig bloed door mijn aderen stroomde, kneep ik als een gek in de stressbal die ik gekregen had. ik moest en zou die zak vullen met het perfecte bloed!

nadat ik mijn taak had volbracht, werd ik beloond met een brede glimlach, nog twee danku’s én spiegeltje waarop “ik ben een held” staat geschreven. bovendien mocht ik nog nagenieten van een drankje, een koekje en een boekje om tot rust te komen. nog steeds gebogen onder een schaamte- en schuldgevoel, durfde ik maar één koekje te nemen en maakte ik mij snel uit de voeten.

ik nam de bus richting antwerpen, maar werd al gauw steeds zieker en zieker. ze hadden mij inderdaad gewaarschuwd voor een mogelijk misselijk en duizelig gevoel. bovendien lijd ik al heel mijn leven aan reisziekte en aangezien dit de laatste jaren steeds vaker leidt tot overgeven in mijn handen, spurtte ik bij de eerstvolgende halte de straat op. daar legde ik mij uit pure miserie neer op het dichtstbijzijnde bankje zoals een of andere marginale drugsverslaafde, en probeerde te bekomen van de extreme misselijkheid waarvan ik het slachtoffer was geworden. een halfuurtje, drie gepasseerde bussen en een touristil later begon ik mij wat beter te voelen en stapte ik met een bang hartje terug op bus 17. ik geraakte zonder verdere problemen thuis.

en hoewel ik het niemand aanraad om te kotsen op de bus na bloed geven, het helpt wel uw schaamtegevoel te sussen. want ik was misschien oorspronkelijk wel voornamelijk uit op een dagje verlof via bloed geven, ik heb er uiteindelijk wel een zware prijs voor betaald én alsnog mensenlevens gered.

plus: mijn spiegeltje zegt dat ik een held ben en spiegels liegen niet.

afscheid van een vriend

acht jaar geleden zag ik je voor het eerst. je was klein, merkte ik op, alsof je in mijn broekzak zou passen, maar je toonde al snel je ware grootsheid en sinds dan kon ik je niet meer missen.

de eerste maanden werd je benaderd alsof je van glas was: met alle voorzichtigheid die ik kon opbrengen. want je was heilig, “my precious” (creepy gollum voice). toen je de eerste keer van mijn fiets viel, stond mijn hart even stil. maar na de zoveelste keer wist ik beter: je was unbreakable en kon meer aan dan ik ooit had durven denken. je verdroeg acht jaar lang mijn zotte fratsen, volgde mij als ik verloren liep, wiegde mij in slaap en klaagde nooit over mijn slechte smaak.

maar bovenal: je bracht muziek in mijn leven. dankzij jou ontdekte ik de gitaren in “evil” van interpol en leerde ik de fluisterstem van sufjan stevens beter kennen. samen luisterden we naar travis als het sneeuwde, naar death cab for cutie in de herfst, naar nada surf als ik in de lente naar de muziekschool fietste en naar the kooks als ik moest studeren voor mijn laatste examens van het middelbaar.

ook tijdens mijn universiteitsjaren was je een trouwe vriend. samen fietsten we doorheen het helse fietspaddoolhof dat de rooseveltplaats is, beleefden we mooie momenten langs de kaaien bij zonsondergang en zaten we geregeld samen op de bus naar edegem.

de overgang naar het leven van de werkende mens wist je eveneens te vergemakkelijken door mij op de trein naar brussel te vergezellen. het is datzelfde werk dat mij er echter toe brengt nu afscheid van je te moeten nemen.

ik ben je dankbaar, creative muvo tx mp3-speler, maar het is tijd om ons hoofdstuk af te ronden. ik ga een nieuwe relatie aan met een mp3-speler die mij toelaat om naar meer dan 17 verschillende liedjes te luisteren op mijn dagelijkse commute.

maar, liefste vriend, onthoud dit: je kleine geheugen van 256 MB is misschien niet meer van deze tijd, maar onze vriendschap is voor eeuwig.

uit de oude doos: sannes nieuwjaarshorrorsaga (januari 2011)

(geschreven begin januari 2011, op facebook)

Het jaar 2011 kon voor Sanne niet slechter beginnen. Een klein overzichtje van Sannes avonturen de eerste dagen van het nieuwe (kut)jaar!

Nieuwjaarshorrorsaga (dag 1): na een eerste slapeloze nacht zit Sanne op oudejaarsavond met zoveel tandpijn dat ze noch eten noch drinken kan; pijnstillers helpen uiteraard niet (uiteraard) en haar tandarts pakt zijn telefoon niet op (waarschijnlijk oudjaar aan het vieren zoals elke tandpijnloze medemens).

Nieuwjaarshorrorsaga (dag 2): na een tweede slapeloze nacht weet Sanne zich te strompelen naar de tandarts van wacht in een mysterieus land hier heel ver vandaan (Linkeroever); aldaar krijgt ze te horen dat het een abces the size of Rusland betreft en ze de pijn moet uitzitten tot de antibiotica begint te werken; Sanne overweegt even eender welke pijnstillende drugs te gaan kopen op De Coninckplein, maar beslist uiteindelijk dan toch tevergeefs gebruik te maken van de legale soort.

Nieuwjaarshorrorsaga (dag 3): na een derde slapeloze nacht begaf Sanne onder de ononderbroken en verschrikkelijke pijn en vertrok ze paniekerig naar de spoeddienst van het ziekenhuis (eerst probeerde ze te liften, wat uiteraard niet lukte, uiteraard, het mag haar toch niet meezitten zeker!, en dus pakte ze de tram); eens daar aangekomen probeerden de arts en de verpleegster zich te behelpen met sterkere pijnstillers en een infuus alvorens Sanne naar huis te sturen met de conclusie “tandpijn is echt de ergste pijn die er bestaat en pijnstillers helpen er soms niet tegen”; eens thuisgekomen heeft Sanne een zeer lang namiddagdutje gedaan (plat van de pijnstillers, ongetwijfeld); die avond ging ze relatief pijnloos slapen met een ietwat gezwollen lip.

Nieuwjaarshorrorsaga (dag 4): na een eerste nacht vol goede nachtrust stond Sanne op met zo een opgezwollen rechterkant van haar gezicht dat haar kat haar bijna niet herkende; bij het aanschouwen van deze spontane misvorming in de spiegel moest Sanne lachen, zowaar voor het eerst in vier dagen, en het kon haar niet eens schelen dat ze eruitzag zoals Quasimodo; ze had geen “ergste pijn die er bestaat” meer, haar abces was immers gesprongen en had zich uitgebreid naar de rest van haar gezicht waardoor de zenuw niet meer zo onder druk stond; life was good!; bovendien kon Sanne die ochtend eindelijk haar tandarts bellen en mag ze morgen op afspraak.

tandpijn

Nieuwjaarshorrorsaga (dag 5): na een tweede nacht vol goede nachtrust stond Sanne op met een nog meer gezwollen oog; ondanks het feit dat dit een zeer ongemakkelijk gevoel geeft en de afvoering van het ontstekingsvocht voornamelijk gebeurt door middel van een onaangename lopende neus en vieze keelslijmen, staat dit Sanne wel toe om eindelijk enkele prangende levensvragen beantwoord te zien: (1) hoe zou Sanne eruitzien als ze 10 kilo bijkwam in haar gezicht?, (2) hoe zou Sanne eruitzien als ze Aziatisch was?, (3) hoe is het om halfblind te zijn?, (4) hoe is het om een hamster te zijn?; deze levensvragen dienen naar haar eigen bescheiden mening allen beantwoord te worden met “niet zo goed”, maar oordeel vooral zelf!; de tandartsafspraak bracht weinig op want Sanne moet eerst nog een week antibiotica pakken om de ontsteking the size of Russia de kop in te drukken.

tandpijn2

Wordt hopelijk niet vervolgd!

brainstormen in een glas water

een tijd geleden hadden mijn broer en ik een lang gesprek over genetische manipulatie van embryo’s. na een diepgaande discussie van toch wel een half uur, beseften we beiden dat we eigenlijk helemaal niets wisten over genetische manipulatie, noch op de hoogte waren van de actuele stand van zaken. maar we hadden er al wel veel over nagedacht!

dit “nadenken in het ijle” is een kunst die ik wel vaker beoefen. het feit dat ik ergens absoluut niks van afweet, vormt totaal geen obstakel voor mij om een mening te vormen of een theorie te bedenken over het onderwerp in kwestie: het maakt het brainstormen net leuker! wanneer het nadenken niet beperkt wordt door enige kennis van zaken of de grenzen van de logia, komen namelijk de beste ideeën tot stand.

theorieën die gevormd werden in een luchtledig vacuüm (ontdaan van enige realiteit) dragen weliswaar steeds een bepaald risico in zich: het kan zijn dat deze ideeën al eeuwen bestaan. zo had ik, na het bekijken van een wielerwedstrijd of twee, enkele briljante ideeën om deze sport aanzienlijk te verbeteren. kleine wedstrijdjes binnenin de wedstrijd! koersen zonder oortjes! fietsen in modder! mijn sportievere wederhelft wist mij echter te vertellen dat deze ideeën reeds bestonden (tussensprints), reeds geprobeerd waren (nu terug koersen mét oortjes) of reeds een andere sport was (iets genaamd “veldrijden”). maar dit deerde mij niet! integendeel, hoe trots was ik wel niet toen ik hoorde dat ik – op de brute kracht van mijn hersenen alleen – net een populaire bestaande sport had uitgevonden? heel trots, let me tell you!

jeroen is echter minder enthousiast over mijn brainstormen in het ijle. zo kon hij mijn vernieuwende theorieën over het coachen van een voetbalteam niet appreciëren en vindt hij mijn pogingen om nieuwe dingen uit te vinden nutteloos, aangezien “alles al wel bedacht is geweest”. maar waarom zou ik in godsnaam mijzelf de zelfvoldaanheid ontkennen die ik krijg als ik ontdek dat ik net iets heb uitgevonden dat zo’n geniaal idee is dat het blijkbaar al is uitgevoerd?

zo zat ik gisteren op de trein en kreeg ik een fantastisch idee… het is rond en ge kunt het plaatsen onder een fiets of een auto en dan kan het rollen…!

teen blijkt slachtoffer van strijd der hete pastasaus 2011

gisteren behaalde ik na vijf jaar zware en soms niet zo zware inspanningen mijn masterdiploma rechten. maar een veel belangrijkere recente verwezenlijking is het (nogmaals) overstijgen van mijn reeds extreem hoge pijngrens. deze verwezenlijking heb ik bereikt door drie weken koppig yet enthousiast met een blijkbaar gebroken teen rond te huppelen.

het begon allemaal met een alledaags ongeluk. ik smoste zelfgemaakte hete pastasaus over mijn lichaam (linguine incluis) en hield aan dit ongeluk na enkele dagen nog slechts één ding over: een pijnlijke teen. al snel werd wandelen zonder te vallen een nog meer onmogelijke opgave dan usual en maakte ik meermaals per dag gewag van mijn helse teenpijnen. de persoon die normaalgezien mijn “betere helft” zou moeten zijn, impliceerde al snel dat ik overdreef en meende dat het simpelweg een “kneuzing” was. dit maakte mij uiteraard – uiterààrd – nog meer gedreven om de pijn te verbijten en versterkte mij in het idee dat ik een echte vechter was die ongeziene pijnen kon verdragen. “i laugh in the face of pain!”, dacht ik telkens bij mijzelf wanneer ik na tien meter pijnlijk wandelen heldhaftig mijn tranen wist te bedwingen.

nu kan ik jeroen ook moeilijk kwalijk nemen dat hij dacht dat ik een melodramatische versie gaf van mijn werkelijk fysiek ongemak. het feit dat ik enkele dagen na mijn alledaags ongeluk ervan overtuigd was dat ik het slachtoffer was geworden van een zeldzame vorm van teenkanker, zal wel hebben bijgedragen aan zijn wantrouwige houding.

na een moedig gedragen drie weken van helse teenpijn (en intussen voet- en enkelpijn), besloot ik dan toch het advies van mijn huisdokter te volgen en een foto te laten nemen van de teen in kwestie. voor teenpijnlijders is het sint-vincentiusziekenhuis trouwens toch niet echt goed uitgerust: pas na een dikke twee kilometer wandelen, kwam ik aan bij de afdeling radiologie alwaar de foto genomen werd. na een tijdje werd ik door een dokter een kamertje binnengeleid, een beetje zoals in die aflevering van “sex and the city” waar samantha zich laat testen op hiv en ze vreest in het “kleine kamertje” geroepen te worden waar altijd het slecht nieuws gegeven wordt.

nadat ik nogmaals mijn alledaags ongeluk uit de doeken deed en voor de zoveelste keer de reactie “wat een eigenaardig verhaal!” kreeg, wist de dokter mij te vertellen dat mijn teen gebroken was. een breuk van wel 10 meter! ok, da’s niet helemaal waar, maar het was wel een vrij spectaculaire breuk! een stuk van mijn groteteenbotje is blijkbaar gesneuveld in “de strijd der hete pastasaus 2011”. in tegenstelling tot wat een normaal mens zou verwachten, werd mijn heldhaftig gedragen lijden van de voorbije weken mij bovendien niet in dank afgenomen, want het bot was er nu deels terug aangegroeid op een ietwat onconventionele wijze (niet in het gips).

bij de afdeling orthopedie werd ik nog een keer ondervraagd over mijn pastaverhaal, wat opnieuw uiterst vreemd werd bevonden. de dokter stelde vervolgens voor om mijn pijnen te verlichten door mijn voet tot aan de knie in te gipsen. als doorwinterde pijnverbijter zag ik dit uiteraard niet zitten. nu opgeven!? na drie weken van het verleggen van mijn reeds uiterst hoge pijngrens!? nee danku. (ook moet ik volgende week beginnen werken en zo’n gips is toch niet zo handig naar het schijnt, maar dat was slechts de secundaire reden!). zo gezegd zo gedaan, en er werd mij – naast een medaille van heldhaftigheid – orthopedisch verantwoord schoeisel aangeboden.

en daarom trek ik volgende week naar de raad voor vreemdelingenbetwistingen met één voet in minnetonka’s en één voet in een post-operatieve orthopedische schoen. en met mijn medaille van “heldhaftigheid zoals bewezen in de strijd der hete pastasaus 2011” rond mijn nek.


(zoek de breuk waar mijn grote teen begint, langs rechts, op de grens met het “middenvoetbeentje”, daar is een donkergrijze vlek dat dus het afgebrokkelde en half-aangegroeide bot voorstelt)

een alledaags ongeluk

als zelfs uw allerliefste lief denkt dat ge volgens de officiële standaarden motorisch gehandicapt zou zijn, wijst dat toch op het bezitten van een zekere onhandigheid.

ik had al wel langer een vermoeden dat ik niet over dezelfde fijne motoriek beschik als de gemiddelde medemens. ook de basis van oog-handcoördinatie blijk ik niet onder de knie te hebben, net als het simpele wandelen zonder te vallen. zo kan ik mij weinig keren herinneren dat ik een glas melk heb ingeschonken zonder te smossen, een bepaald klusje succesvol heb opgeknapt of een avond heb doorgebracht zonder het tv-kaske te laten vallen. bepaalde mensen noemen dit smalend “impulsieve onvoorzichtigheid”, maar ik steek het liever op mijn gebrekkig DNA waardoor ik gedoemd ben om als een klungel door het leven te gaan.

doorgaans baart mijn legendarische onhandigheid mij weinig zorgen. slechts onder bepaalde omstandigheden maak ik mij nog druk om mijn onhandige dispositie. als ik bijvoorbeeld met de kat naar de dierenarts moet, sta ik panische angsten uit omdat ik wéét – ik wéét – dat ik ga struikelen bij het oversteken van de italiëlei. ook als ik op bezoek bij mensen eten smos of dure voorwerpen omstoot, wou ik dat ik niet zo’n kluns was.

ook recentelijk heb ik mijn klungelige aanleg beklaagd. ik had gekookt voor mijzelf en hierbij slechts twee keukenbenodigheden laten vallen. zelfvoldaan wilde ik dan ook plaatsnemen in de zetel om mijn lekkere pasta met tomatensaus te verorberen. bij het gaan zitten moest ik evenwel drie verschillende taken tegelijkertijd uitoefenen – tv-kaske uit de weg leggen, gaan zitten en bord vasthouden – wat steeds een zeer risicovolle onderneming is voor de motorisch gehandicapten onder ons. het liep dan ook al snel fout: terwijl ik naar het kaske greep, heeft een mysterieuze externe kracht mijn bord blijkbaar in een hoek van 45° getild, waardoor de hete pastasaus over mijn arm tot aan mijn buik en benen stroomde, linguine incluis.

de kokend hete tomatensaus op heel mijn lichaam was een uiterst pijnlijke ervaring, waardoor ik gillend al mijn kleren uittrok na mijn bord en bestek te hebben laten vallen. vervolgens spurtte ik naar de badkamer om koud water op mij te gieten, wat slechts voor tijdelijke verlossing zorgde, en ging ik even later in een bad met koud water liggen.

naast de titel van brandwondenverzamelaar, hield ik aan dit ongeluk na enkele dagen nog slechts één ding over: een gekneusde grote teen, hoewel ik  mij niet kan herinneren hoe ik mijn teen bezeerd heb (eerst dacht ik dat hij ook verbrand was, maar dit bleek een foutieve conclusie). ironisch genoeg zorgt deze gepijnigde teen ervoor dat ik, in het spectrum van de motorisch handicap, mij nu bevindt ter hoogte van blinde dove mensen met slechts één been en geen armen.

strafwassen

er zijn weinig dingen die ik echt haat. naar het toilet gaan in een dixie-festival-wc is een van die dingen, net als zwart-witdocumentaires op canvas, op een zomerdag in een overvolle bus moeten rechtstaan, rani de coninck  en net vijf keer gepromoveerd zijn geweest in the sims waarna uw pc crasht en al uw moeite voor niks is geweest.

maar wat ik nog meer haat dan al deze dingen tesamen, is afwassen. in mijn hoofd noem ik deze verschrikking dan ook “strafwassen”: het loutere bestaan van deze werkelijk onuitstaanbare activiteit moet wel een straf van god zijn. ik benader afwassen dan ook alsof het een veroordeling tot death row is. beginnend van situatie nul, namelijk wanneer alle afwas gedaan is, gedraag ik mij als een struisvogel met het hoofd in het zand: ik grabbel gretig in de schuiven en kasten om mooi afgewassen keukengerei te gebruiken, waarna ik ze zonder blinken in de pombak drop. deze wittebroodsweken zijn heerlijk en stressvrij, maar komen vervolgens abrupt ten einde: wanneer er plotsklaps geen proper lepeltje meer is om mijn chocolate fudge brownie ijs van ben&jerry’s te eten is dit als een donderslag bij heldere hemel. wanneer ik dan toch een blik werp op het pombakgebied is de afwasberg intussen zo enorm groot geworden dat er geen beginnen aan lijkt: vuile pannen liggen op vuile borden die bedekt zijn met vuil bestek. dit aanzicht is zo ontmoedigend dat ik niet verder kom dan één lepeltje af te wassen zodat ik mij kan gaan troosten met wat ben&jerry’s ijs.

om dit uiterst traumatiserend moment te vermijden, heb ik doorheen de jaren dan ook bepaalde technieken ontwikkeld om het zo lang mogelijk uit te stellen. zo blijkt bepaald keukengerei zich te lenen tot meerdere gebruiksfuncties: boter smeren kan ook met een lepel (ja, zelfs met een vork of een spatel) en eten kan ook uit een kom in plaats van uit een bord. uzelf uitnodigen bij andere mensen of op restaurant gaan, is ook zeer doeltreffend afwas-uitstelgedrag. ook papieren en plastiek keukengerei kan soelaas bieden: kartonnen bordjes zijn een zaligheid en ook bestellen bij wok&walk is een aanrader aangezien zij, naast heerlijke wok, ook een plastiek vorkje meeleveren. ontkomen aan strafwassen kan eveneens door anderen te beschuldigen van het bevuilen van uw keukengerei of ze op een andere manier onder druk te zetten om uw afwas te doen.

meer nog dan gaan samenwonen met mijn vriend en zijn konijn, kijk ik er dan ook het hardst naar uit om binnen een paar maanden een afwasmachine te hebben. “i shall call him squishy and he shall be mine and he shall be my squishy!”