liefdadigheid (deel 2): charity fail

ONLANGS OP DEZE BLOG: liefdadigheid (deel 1). over hoe sanne het slachtoffer werd van liefdadigheid, en haar smoske kaas hierdoor vergezeld werd van een sausje schuldgevoel.

NU OP DEZE BLOG: liefdadigheid (deel 2). over hoe sanne ook eens een poging deed tot liefdadigheid in brussel, maar dit eindigde in een pijnlijke afgang.

geïnspireerd door mijn “liefdadigheidssmoske”-belevenis, begon ik na te denken over de laatste keer dat ik nog eens iets uit pure barmhartigheid gedaan had. nu niet om mijzelf te bestoefen, maar ik moest niet eens zo lang terugdenken: niet lang voor de gulle gever mijn pad kruiste, had ook ik gepoogd mijn hand uit te steken naar de minderbedeelden onder ons.

reeds enkele weken werd ik dagelijks geconfronteerd met de dakloze asielzoekers en illegalen aan het brusselse noordstation. mijn dagelijks job bestaat uit het juridisch beoordelen van asielaanvragen, dus deze mensen in zulke slechte omstandigheden zien leven liet mij niet ongedeerd. bovendien was het moeilijk om de schrijnende situatie te negeren aangezien de asielzoekers en illegalen er dagelijks hun kleine kinderen op uit stuurden om te bedelen bij de pendelaars. mijn hart brak dan ook elke keer ik deze kinderen passeerde zonder hen iets te geven. de grootste honger die ik al heb gehad was die tussen het middageten om 12u en mijn eerste princekoek om 15u, dus ik kon mij alleen maar inbeelden hoeveel honger zij wel niet moesten hebben.

op een middag, toen ik terugkeerde van mijn werk en wandelde naar het station, kwamen er weer dezelfde drie jongetjes met open handen en verdrietig gezichtje op mij af. het toeval wou nu net dat ik die namiddag recup had genomen en mijn sandwiches voor die middag niet had opgegeten.

enthousiast als ik was dat ik deze kinderen kon helpen, bood ik de eerste jongen een sandwich aan. het kereltje (ongeveer 8 jaar oud) keek mij verbaasd aan; “hij zal niet gedacht hebben dat ik hem iets zou geven of hij heeft misschien nog nooit een sandwich gezien”, dacht ik bij mezelf. ik vond het al een beetje vreemd dat de andere kinderen niet op mij afspurtten als hongerige wolven; “ze zullen mij niet gezien hebben of ze zijn verlegen”, dacht ik bij mezelf. ik ging dan maar naar het tweede kindje en gaf hem ook een sandwich. ook zijn reactie was niet wat ik verwacht had: een glimlach of danku kon er niet van af; “hij zal zodanig uitgehongerd zijn”, dacht ik bij mezelf. het derde kindje, amper 5 jaar ofzo, stond mij verdwaasd aan te kijken. ik nam nog een sandwich uit mijn handtas en bood hem deze aan. het jongetje schudde met zijn hoofd en trok een gezicht alsof ik net een rotte vis had bovengehaald.

danig geshockeerd door deze uiterst eigenaardige reactie, wandelde ik verder. 2 meter later had ik echter weer vanalles gedacht bij mezelf (lees: gefantaseerd) en keerde ik terug om het laatste kindje alsnog een sandwich aan te bieden. opnieuw dacht ik – naieverwijze –  dat hij tot zijn zinnen zou komen en met tranen in zijn ogen de sandwich zou aanpakken. in plaats daarvan nam het kind in kwestie een houding aan die ik niet beter kan beschrijven dan met de woorden “bitch, please” (zoals hier of hier of hier of hier).

gedesillusioneerd droop ik af, schuddend met mijn hoofd en denkend bij mezelf “major charity fail!”.

(BINNENKORT OP DEZE BLOG: liefdadigheid (deel 3). over hoe sanne nog eens een poging deed tot liefdadigheid, maar er in casu getwijfeld werd aan haar goede bedoelingen.)

liefdadigheid (deel 1): “soms doe ik zotte dingen”

om de een of andere reden ben ik altijd gehaast. zelfs wanneer ik nergens naartoe moet, probeer ik koste wat het kost een maximale tijdsefficiëntie te bereiken. dit was enkele weken geleden niet anders toen ik ‘s middags van mijn werk naar huis vertrok (wegens “recup”, een zoveelste zaligheid van het ambtenaar-zijn).

bijna zwetend kwam ik het noordstation in brussel binnengestrompeld, alleen om te merken dat ik nog een 20 minuten had om de trein richting antwerpen te halen. desalniettemin nog steeds extreem gehaast, begaf ik mij dan maar naar de panos om een broodje te kopen. eens daar aangekomen bestelde ik mijn “usual” (“een smos kaas op een wit broodje zonder tomaten met worteltjes alstublieft”). de verkoopster begon prompt mijn broodje te besmeren met mayonaise, waarop ik in mijn portefeuille tastte om geld te nemen. toen kwam ik echter tot het besef dat ik geen cash geld had, waarop ik paniekerig naar een bancontact-bakje zocht op de toog. tevergeefs. ik vraag of ik met bancontact kan betalen, ook al ken ik het antwoord al, en de verkoopster antwoordt in gebrekkig nederlands van niet, “wel proton” zegt ze.

deels gefrustreerd door het gebrek aan moderne technologie en deels nog steeds om geen enkele reden gehaast, begin ik tegen te pruttelen en vraag ik of ik niet met bancontact mag betalen als ik 10 cent ofzo meer betaal. dit ging de verkoopster haar nederlands te boven en er werd een tweede verkoopster geroepen. tegen dat die verkoopster mij een negatief antwoord gaf en mij vervolgens een bankautomaat in het station had aangwezen, bereikte mijn nodeloze gehaastheid een hoogtepunt.

geplaagd door mijn irrationeel gevoel van “ik ga te laat zijn” wist ik dan ook niet zeker of ik nog geld kon gaan afhalen, mijn broodje kon betalen en alsnog mijn trein zou halen. de paniek was ongetwijfeld op mijn gezicht te lezen, waarop een wildvreemde medemens mij een briefje van 5 euro toestopte. beleefd opgevoed als ik ben, probeerde ik deze spontane blijk van menslievendheid uiteraard te weigeren: “nee dat hoeft niet hoor! ik zal wel geld gaan afhalen! dat is echt niet nodig zenne!” etc. de man in kwestie nam het briefje echter niet terug aan en terwijl hij vastberaden uit de panos wandelde, riep hij mij breed glimlachend toe: “soms doe ik zotte dingen!”.

nadat ik enkele minuten verbouwereerd had staan wezen, maande de verkoopster mij opnieuw aan om mijn broodje te betalen. ik gaf haar dan maar mijn liefdadighiedsbriefje van 5 euro.

naast “een smos kaas op een wit broodje zonder tomaten met worteltjes” had de gulle gever mij echter ook een schaamtegevoel opgeleverd: die meneer moet immers ongetwijfeld gedacht hebben dat ik op het punt stond mijn trein naar australië te missen (die maar één keer per maand rijdt) om nog op tijd te kunnen zijn voor de begrafenis van mijn grootmoeder ofzo. en dat terwijl ik in feite nog 10 minuten over had om mijn trein te halen, gewoon naar antwerpen onderweg was alwaar ik thuis gewoon “the sims” zou gaan spelen, en waar ongeveer 8989899898 treinen per kwartier naartoe rijden.

om die meneer geen spijt te doen hebben van zijn liefdadigheid – en om de schaamte van mij af te lopen – spurtte ik dan maar door de gang om te doen alsof ik superdringend mijn trein moest halen. eens op spoor 11 aangekomen, was er uiteraard nog geen trein, en poogde ik mij dan maar te verstoppen zodat mijn barmhartige samaritaan mij niet rustig zou zien staan wachten op mijn trein, smikkelend van mijn gratis smoske.

en zo gebeurde het dat ik op een zonnige oktobermiddag ergens bij spoor 11 gehurkt op een bankje en gebukt onder een schaamtegevoel een smos kaas aan het eten was.

(BINNENKORT OP DEZE BLOG: liefdadigheid (deel 2). over hoe sanne ook eens een poging deed tot liefdadigheid in brussel, maar dit eindigde in een pijnlijke afgang.)

“komen eten”: kattenkots en sterrenchefs

na twee jaar en half samenzijn met mijn “better half”, heb ik niet alleen eindelijk bijna gesnopen wat buitenspel is in het voetbal (naar de goal shotten mag niet als er geen ventje van de andere ploeg tussenstaat, ofzoiets), maar heb ik ook de geneugten van goed eten ontdekt. naast dagelijks een lekkere maaltijd “à la jeroen” voorgeschoteld te krijgen, resulteert jeroens kookpassie zich ook in het volgen van talloze kookprogramma’s op tv. dit laatste betreft kookprogramma’s van alle zenders, maten en gewichten: van “komen eten” over “de beste hobbykok van vlaanderen” naar “mijn restaurant!” tot “masterchef”.

en net zoals ik bijna gesnopen heb wat offside wilt zeggen als het dan niet gewoon “buiten de lijn” betekent, heb ik na een dikke twee jaar kookprogramma’s ook bijna gesnopen hoe een maaltijd in deze moderne tijd het best gepresenteerd wordt. terwijl ikzelf tot mijn twintigste levensjaar naïverwijze dacht dat een mooi bord eten bestond uit 4/8 puree, 3/8 kip en 1/8 groenten (liefst dan nog verstopt in de puree, zoals bijvoorbeeld “peekesstoemp”), blijken hedendaagse sterrenchefs deze mening niet te delen.

om anderen dezelfde lijdensweg te besparen – zijnde menig televisie-uren spenderen met het kijken naar lelijke koppen als peter goossens en het luisteren naar verschrikkelijke dialecten als dat van sergio herman – wil ik dan ook mijn opgedane kennis aangaande de presentatie van borden delen via deze blog.

kort gezegd heeft de ideale presentatie “een sterrenrestaurant waardig” iets weg van kattenkots. zeg ik daar “heeft iets weg van”? eigenlijk bedoel ik: mijn kat kali braakt maandelijks een haarbal uit die niet te onderscheiden is van wat sterrenchefs graag op een eetbord zien verschijnen. disclaimer: over de smaak doe ik geen uitspraken, de gerechten die op tv verschijnen heb ik immers nog nooit geproefd, noch heb ik ooit kattenovergeefsel van de grond gelepeld; het gaat hier enkel en alleen over de bejubelde “moderne presentatie” van gerechten die mij steevast doet denken aan waar ik ‘s ochtends met blote voeten af en toe in stap. ik roep dan ook enthousiast “kalikots!” naar het tvscherm als er nog eens zo’n kattenovergeefsel-look-a-like-bord de sterren in geprezen wordt. jeroen vindt mij dan weinig stijlvol, maar ik begrijp niet goed waarom.

een mooie presentatie op het bord, uitgelegd aan de hand van kattenkots, ziet er als volgt uit. eten wordt brokkerig en “casual” (niet strak en symmetrisch, da’s zo old school) gepresenteerd in een lijn. deze rommelige lijn van eten wordt gekenmerkt door verschillende kleurtjes, hier en daar een hoogteverschil, versierd met een bladje munt ofzo. maar desalniettemin een lijn zoals deze ook uit uw liefste huiskamertijger spuit wanneer die te hard heeft liggen schrokken of plezierig gras heeft zitten eten. deze “eetlijn” wordt vervolgens versierd met enkele vegen errond op het bord. de uitgeveegde strepen puree of saus (doorgaans balsamico, al is dat al te mainstream tegenwoordig) zijn het evenbeeld van wat mijn kat op de vloer teweegbrengt als zij haar braaksel tevergeefs wilt ondergraven met haar poezelige voorpootjes, maar hier uiteraard niet in slaagt en in plaats daarvan de grond besmeerd met vegen kots en andere samengeraapte vuiligheden van de grond. de “spatten” eten, waar sterrenchefs graag het bord verder mee opvullen, manifesteren zich eveneens in het overgeefsel van katten: braken gebeurt immers meestal in fasen, waarbij de kat zich enkele centimeters verplaatst (bijvoorbeeld van de leren zetel naar het perzische tapijt, kwestie van toch zacht te zitten tijdens deze vervelende gebeurtenis) om daar verder over te geven.

wie bij wie inspiratie heeft gezocht, ik blijf het antwoord schuldig. maar oordeel vooral zelf en trek uw lessen hieruit voor als u eens een diner verzorgt! moest u aldus in het duister tasten over hoe u een bord op een fancy en peter goossens approved manier moet presenteren, denk dan aan het overgeefsel van uw salontijger en probeer dit zo goed mogelijk na te bootsen.

(klikken om op ware grootte te zien)

voila, denk dáár maar eens aan als u de volgende keer een sterrenrestaurant bezoekt en een mooi gepresenteerd bord voor uw neus krijgt. smakelijk!

kamikaze kali en bobman

deze blogpost is geïnspireerd door “prutske”, de maltezer van mijn collega, die een vuile-onderbroeken-fetish heeft (prutske, niet de collega). toen ik onlangs hoorde dat prutske haar bijdrage aan het familiefeest zich beperkte tot het verorberen van de negen gebrade kippen die in de garage lagen te wachten, voelde ik mij aangesproken om ook het licht eens te schijnen op de straffe stoten van mijn huisdieren.

dat ik denk dat kali en bobke superkrachten bezitten, lazen jullie misschien hier al. on duty beleven zij dan ook de grootste avonturen.

kamikaze kali verdenk ik er soms van een russische spion te zijn. alhoewel het bespioneren van sanne y. crombecq zo mogelijk nog saaier is dan het bekijken van terrence malick’s “the tree of life”, acht ik het niet onmogelijk dat mijn kat zich op slinkse wijze heeft geïntegreerd in mijn leven om hier dan nadien – wanneer nodig – gebruik van te maken.


(klik voor grotere versie)

zo heeft kamikaze kali reeds op meerdere momenten mijn primaire informatie- en communicatiemiddel afgenomen: de wifi-verbinding van mijn laptop. de eerste keer heeft het mij toch een half uur gekost om te weten te komen wat er gaande was, maar na de zoveelste keer wist ik dat kali er in slaagde om twee ver van elkaar verwijderde toetsen in te duwen met haar poezelige pootjes om mij zo de toegang tot het internet te ontzeggen.


(klik voor grotere versie)

kali, zijnde een secret agent van de kamikazevariëteit, haalt al sinds ze een kitten was levensgevaarlijke stunten uit die gekoppeld gaan met een verticale val of some sort. zo is ze, als baby kali, in het aquarium van de waterschildpadden getotterd. kamikaze kali – in haar tienerjaren maar ongetwijfeld nog steeds in opleiding bij de russische inlichingendienst – is ook eens van het terras (eerste verdieping) op de haag gesprongen, een lichtjes onsuccesvolle actie aangezien ze er vervolgens uit gered moest worden.


(klik voor grotere versie)

de meest recente kamikaze-actie voerde kali uit in ons appartement in antwerpen (derde verdieping). ze sprong via een bureau naar een openstaand raampje en balanceerde enkele seconden op de rand, klaar om naar beneden te donderen. mijn zus – ook reeds gekend met kali’s straffe stoten – probeerde haar van de afgrond terug te lokken door haar naam te roepen. geen succes… (logisch misschien, want haar eigenlijke naam is waarschijnlijk iets als Андреевна Владимировна Достоевский). vervolgens besloot mijn zus om kali’s zwakste punt – haar kryptoniet als het ware – in de strijd te gooien: eten. ze riep “koekje! koekje!” en kali twijfelde geen milliseconde: ze stond meteen luidkeels te miauwen op de toog in de keuken om het beloofde koekje in ontvangst te nemen. she’s gone native.

ons konijn bobke zijn alter ego “bobman“, daarentegen, lijkt geen allegiance te hebben. hoogstens bespeur ik een afgelegde “eed van deugnieterij”. hij streeft namelijk eerder egoïstische doeleinden na en gebruikt zijn superkrachten voornamelijk voor eigen plezier.


(klik voor grotere versie)

zijn voornaamste bezigheid is dan ook het uitlijnen van de term “konijnenkwaad”. plinten en meubels verorberen, colaglazen omstoten, allerlei kabels bewerken, GSM’s af tafels duwen, boeken vermassacreren, … allen behoren ze tot het dagelijkse menu van bobman.

maar zijn grootste superkracht ligt toch in het tarten van de ultieme natuurwet: “survival of the fittest”. hoewel bobman in geen enkel opzicht sterker of slimmer is dan kamikaze kali, slaagt hij er in deze laatste keer op keer de stuipen op het lijf te jagen.


(klik voor grotere en beter leesbare versie)

ongemakkelijke gesprekken

WAT? gesprekken die tandenknarsend pijnlijk, awkward, doodweg onzinnig of hemeltergend saai zijn. conversaties waaraan elke weldenkende mens zo snel mogelijk een einde zou willen maken, maar waaraan hij om een of andere reden niet kan ontsnappen. een wezenlijk kenmerk van zulke gesprekken is het banale en triviale onderwerp (doorgaans het weer).

WAAR? het vaakst worden deze ongemakkelijke gesprekken gevoerd in een besloten ruimte; een plaats, bovendien, die niet subtiel ontvlucht kan worden. het is net op zulke plekken dat ongemakkelijke gesprekspartners uw personal space binnendringen om vervolgens het ene hersendodende onderwerp na het andere aan te snijden, opgevuld met enkele pijnlijke stiltes uiteraard. menig ongemakkelijk gesprek wordt dan ook gevoerd op de bus, de trein of in de lift. en alhoewel iedereen die al eens een superongemakkelijke conversatie heeft moeten doorstaan maar al te graag uit het raam van een rijdende bus zou springen, zoiets doet ge gewoon niet. de enige mogelijkheid is dan ook uw brein op “off” zetten en de awkwardness simpelweg ondergaan. in het slechtste geval een warme en drukke busrit lang.

WIE? net zoals dat bepaalde plaatsen zich sneller lenen tot een ongemakkelijk conversatie, zijn ook sommige mensen meer geneigd zulke gesprekken aan te gaan en deze koppig vol te houden ondanks het gebrek aan wederkerige interesse. kappers, bijvoorbeeld, krijgen naast lessen “wassen en drogen” ongetwijfeld ook een cursus “hoe elk kappersbezoek doen uitdraaien op een langgerokken gesprek over de meest triviale dingen” op de kappersschool; gevolgd door de cursus “hoe zo’n gesprek voeren met een uiterst ongewillige gesprekspartner die doet alsof hij doof is” voor gevorderden. ook sommige kinesisten lijken een gelijkaardig examen met glans te hebben afgelegd en slagen erin een zalige massage te verdraaien tot een ongewilde therapiesessie of uitgebreid weerbericht.

WIE NOG? deze “skill” (bij gebrek aan beter woord) is echter niet enkel beroepsgebonden: ook de iets oudere medemensen onder ons zullen zich sneller laten verleiden tot een zinloos gesprek in de wasserette, en dit bovendien met méér overgave dan de jongere generatie. zo spreken oudere mensen nóg liever over het weer (ook fauna en flora worden erbij betrokken) en deinzen zij er vaak niet voor terug om wel erg persoonlijke informatie mee te delen in de lift (ouderdomskwaaltjes zijn altijd TMI).

NOG MENSEN WAARVOOR IK MIJ MOET BEHOEDEN? verre kenissen en oude vrienden kennen evenee,s een hoog awkwardness-risicogehalte wanneer het tot een gesprek komt. na de obligatoire fase in de conversatie waar gevraagd wordt naar personen uit het gemeenschappelijke verleden (à la “hoe is het met dingeskes? ale, marie, maya, maaike, …, hoe noemt ze weer?” – “tine” – “aaaahja juist, tine, hoe is het met haar?” – “geen idee, we zijn al 7 jaar niet meer samen” – “ah oei, da’s spijtig” – pijnlijke stilte) draait zo’n gesprek immers uiteindelijk ook steeds uit op een bespreking van het weer van de voorbije week. door desbetreffende ongemakkelijkheid wordt bovendien opnieuw pijnlijk duidelijk waarom deze persoon slechts een verre kennis of een oude vriend is.

ik heb geen idee hoe ik deze post op een scherpzinnige manier kan eindigen, dus bij deze een heel ongemakkelijk einde en “a bunny with a pancake on its head”!

bloed geven doet overgeven

onder de leuze “bloed geven doet leven” trok ik deze ochtend richting edegem om bloed af te staan in het bloedtransfusiecentrum antwerpen.

aangemoedigd door menslievendheid, en deels omdat ik als ambtenaar een dagje verlof krijg om te bekomen van al die menslievendheid, meldde ik mij na een misselijkmakende busrit aan bij het rode kruis in het centrum. een uiterst vriendelijke dame begroette mij en gaf mij uitgebreid uitleg, alsook een “dankubon” die ik kon sparen en uiteindelijk inwisselen tegen een cinematicket of iets dergelijks. verrast door deze financiële blijk van dankbaarheid en de vele mondelinge “danku’s”, nam ik met een goed gevoel plaats om de medische vragenlijst in te vullen. even later, terwijl ik mij aan het afvragen was of ik tussen 1980 en 1996 zes maanden of langer in groot-brittannië verbleef, kreeg ik een mooie pen en een broche toegestopt.

tegen dan begon ik mij al lichtelijk ongemakkelijk te voelen bij al deze erkenning van mijn “goedheid”, zeker aangezien ik de voorbije dagen voornamelijk gedacht had aan hoeveel kleren ik vandaag ging kopen en iets minder aan hoeveel mensenlevens ik ging redden.

na een bespreking met de dokter, mocht ik plaatsnemen in een comfortabele zetel en werd mij het hele proces gewillig toegelicht. ik ben al vaak beprikt en evenvaak gecomplimenteerd geweest met mijn goed prikbare aders, dus zenuwachtig was ik niet. totdat ik nog 10 keer een gemeende “dankuwel” te horen kreeg van de verpleegster en nog van een gratis cola mocht genieten.

tegen dan voelde ik mij zo beschaamd en ongemakkelijk bij al die dankbaarheid dat ik mijzelf voornam om vanaf dan enkel en alleen uit menslievende bedoelingen bloed te komen doneren en denoods die dag nog te gaan werken ook. door mijn herwonnen wil om de meest altruïstische donor ooit te zijn en aangemoedigd door het lichtje dat begon te flikkeren telkens er te weinig bloed door mijn aderen stroomde, kneep ik als een gek in de stressbal die ik gekregen had. ik moest en zou die zak vullen met het perfecte bloed!

nadat ik mijn taak had volbracht, werd ik beloond met een brede glimlach, nog twee danku’s én spiegeltje waarop “ik ben een held” staat geschreven. bovendien mocht ik nog nagenieten van een drankje, een koekje en een boekje om tot rust te komen. nog steeds gebogen onder een schaamte- en schuldgevoel, durfde ik maar één koekje te nemen en maakte ik mij snel uit de voeten.

ik nam de bus richting antwerpen, maar werd al gauw steeds zieker en zieker. ze hadden mij inderdaad gewaarschuwd voor een mogelijk misselijk en duizelig gevoel. bovendien lijd ik al heel mijn leven aan reisziekte en aangezien dit de laatste jaren steeds vaker leidt tot overgeven in mijn handen, spurtte ik bij de eerstvolgende halte de straat op. daar legde ik mij uit pure miserie neer op het dichtstbijzijnde bankje zoals een of andere marginale drugsverslaafde, en probeerde te bekomen van de extreme misselijkheid waarvan ik het slachtoffer was geworden. een halfuurtje, drie gepasseerde bussen en een touristil later begon ik mij wat beter te voelen en stapte ik met een bang hartje terug op bus 17. ik geraakte zonder verdere problemen thuis.

en hoewel ik het niemand aanraad om te kotsen op de bus na bloed geven, het helpt wel uw schaamtegevoel te sussen. want ik was misschien oorspronkelijk wel voornamelijk uit op een dagje verlof via bloed geven, ik heb er uiteindelijk wel een zware prijs voor betaald én alsnog mensenlevens gered.

plus: mijn spiegeltje zegt dat ik een held ben en spiegels liegen niet.

afscheid van een vriend

acht jaar geleden zag ik je voor het eerst. je was klein, merkte ik op, alsof je in mijn broekzak zou passen, maar je toonde al snel je ware grootsheid en sinds dan kon ik je niet meer missen.

de eerste maanden werd je benaderd alsof je van glas was: met alle voorzichtigheid die ik kon opbrengen. want je was heilig, “my precious” (creepy gollum voice). toen je de eerste keer van mijn fiets viel, stond mijn hart even stil. maar na de zoveelste keer wist ik beter: je was unbreakable en kon meer aan dan ik ooit had durven denken. je verdroeg acht jaar lang mijn zotte fratsen, volgde mij als ik verloren liep, wiegde mij in slaap en klaagde nooit over mijn slechte smaak.

maar bovenal: je bracht muziek in mijn leven. dankzij jou ontdekte ik de gitaren in “evil” van interpol en leerde ik de fluisterstem van sufjan stevens beter kennen. samen luisterden we naar travis als het sneeuwde, naar death cab for cutie in de herfst, naar nada surf als ik in de lente naar de muziekschool fietste en naar the kooks als ik moest studeren voor mijn laatste examens van het middelbaar.

ook tijdens mijn universiteitsjaren was je een trouwe vriend. samen fietsten we doorheen het helse fietspaddoolhof dat de rooseveltplaats is, beleefden we mooie momenten langs de kaaien bij zonsondergang en zaten we geregeld samen op de bus naar edegem.

de overgang naar het leven van de werkende mens wist je eveneens te vergemakkelijken door mij op de trein naar brussel te vergezellen. het is datzelfde werk dat mij er echter toe brengt nu afscheid van je te moeten nemen.

ik ben je dankbaar, creative muvo tx mp3-speler, maar het is tijd om ons hoofdstuk af te ronden. ik ga een nieuwe relatie aan met een mp3-speler die mij toelaat om naar meer dan 17 verschillende liedjes te luisteren op mijn dagelijkse commute.

maar, liefste vriend, onthoud dit: je kleine geheugen van 256 MB is misschien niet meer van deze tijd, maar onze vriendschap is voor eeuwig.

uit de oude doos: sannes nieuwjaarshorrorsaga (januari 2011)

(geschreven begin januari 2011, op facebook)

Het jaar 2011 kon voor Sanne niet slechter beginnen. Een klein overzichtje van Sannes avonturen de eerste dagen van het nieuwe (kut)jaar!

Nieuwjaarshorrorsaga (dag 1): na een eerste slapeloze nacht zit Sanne op oudejaarsavond met zoveel tandpijn dat ze noch eten noch drinken kan; pijnstillers helpen uiteraard niet (uiteraard) en haar tandarts pakt zijn telefoon niet op (waarschijnlijk oudjaar aan het vieren zoals elke tandpijnloze medemens).

Nieuwjaarshorrorsaga (dag 2): na een tweede slapeloze nacht weet Sanne zich te strompelen naar de tandarts van wacht in een mysterieus land hier heel ver vandaan (Linkeroever); aldaar krijgt ze te horen dat het een abces the size of Rusland betreft en ze de pijn moet uitzitten tot de antibiotica begint te werken; Sanne overweegt even eender welke pijnstillende drugs te gaan kopen op De Coninckplein, maar beslist uiteindelijk dan toch tevergeefs gebruik te maken van de legale soort.

Nieuwjaarshorrorsaga (dag 3): na een derde slapeloze nacht begaf Sanne onder de ononderbroken en verschrikkelijke pijn en vertrok ze paniekerig naar de spoeddienst van het ziekenhuis (eerst probeerde ze te liften, wat uiteraard niet lukte, uiteraard, het mag haar toch niet meezitten zeker!, en dus pakte ze de tram); eens daar aangekomen probeerden de arts en de verpleegster zich te behelpen met sterkere pijnstillers en een infuus alvorens Sanne naar huis te sturen met de conclusie “tandpijn is echt de ergste pijn die er bestaat en pijnstillers helpen er soms niet tegen”; eens thuisgekomen heeft Sanne een zeer lang namiddagdutje gedaan (plat van de pijnstillers, ongetwijfeld); die avond ging ze relatief pijnloos slapen met een ietwat gezwollen lip.

Nieuwjaarshorrorsaga (dag 4): na een eerste nacht vol goede nachtrust stond Sanne op met zo een opgezwollen rechterkant van haar gezicht dat haar kat haar bijna niet herkende; bij het aanschouwen van deze spontane misvorming in de spiegel moest Sanne lachen, zowaar voor het eerst in vier dagen, en het kon haar niet eens schelen dat ze eruitzag zoals Quasimodo; ze had geen “ergste pijn die er bestaat” meer, haar abces was immers gesprongen en had zich uitgebreid naar de rest van haar gezicht waardoor de zenuw niet meer zo onder druk stond; life was good!; bovendien kon Sanne die ochtend eindelijk haar tandarts bellen en mag ze morgen op afspraak.

tandpijn

Nieuwjaarshorrorsaga (dag 5): na een tweede nacht vol goede nachtrust stond Sanne op met een nog meer gezwollen oog; ondanks het feit dat dit een zeer ongemakkelijk gevoel geeft en de afvoering van het ontstekingsvocht voornamelijk gebeurt door middel van een onaangename lopende neus en vieze keelslijmen, staat dit Sanne wel toe om eindelijk enkele prangende levensvragen beantwoord te zien: (1) hoe zou Sanne eruitzien als ze 10 kilo bijkwam in haar gezicht?, (2) hoe zou Sanne eruitzien als ze Aziatisch was?, (3) hoe is het om halfblind te zijn?, (4) hoe is het om een hamster te zijn?; deze levensvragen dienen naar haar eigen bescheiden mening allen beantwoord te worden met “niet zo goed”, maar oordeel vooral zelf!; de tandartsafspraak bracht weinig op want Sanne moet eerst nog een week antibiotica pakken om de ontsteking the size of Russia de kop in te drukken.

tandpijn2

Wordt hopelijk niet vervolgd!

irrationele angsten

ik ben veel dingen, maar rationeel en evenwichtig is not one of them. zijnde een “vat van emoties”, ween ik bij chickflicks en harry potter boeken, hou ik van human interest documentaires en heb ik een uitstekend gevoel voor dramatiek. uit datzelfde vat kan echter ook een heel ander soort drama getapt worden: enkele totaal irrationele op niets gebaseerde angsten spruiten eveneens voort uit mijn ietwat emotionele aanleg.

(1) zo heb ik, sinds zolang ik mij kan herinneren, een grote schrik voor het omvallen van vrachtwagens terwijl ik ernaast aan het fietsen ben. nog nooit heb ik echter een vrachtwagen zien omvallen, laat staan iets gehoord over een vrachtwagen die omgevallen zou zijn op een onschuldige fietser. en toch krimp ik ineen telkens er naast mij op de weg een vrachtwagen passeert.

(2) mijn meest aanwezige angst is echter dat mijn huisdieren iets zou overkomen. ik ben dan ook ietwat een autist als het aankomt op kamers pet-proofen: ramen steeds sluiten, gevaarlijke voorwerpen uit pootbereik zetten, op het internet zoeken naar mogelijke gevaren, etc. ook de diertjes zelf worden regelmatig aan een onderzoek onderworpen: ik kijk na of ze enige sporen van ziektes en dergelijke vertonen, ik hou hun dieet detaillistisch in de gaten, vraag hen regelmatig of ze gelukkig zijn, enzovoort. mijn grootste schrik inzake onze kat en konijn blijft echter de constante dreiging van het “ontsnappingsgevaar” dat als een zwaard van damocles bboven mij hangt. ondanks al mijn inspanningen (toch wel bijna een voltijdse job), ontdek ik nog vaak mogelijke ontsnappingsroutes. jeroen beantwoordt mijn nieuwe zorgen steevast met iets in de trant van “denkt gij nu echt dat kali op die kast gaat springen, dan een gigantische sprong van vijf meter gaat doen om zich dan vervolgens door een raamkier van 2mm te wringen en ten slotte te pletter te storten?”. hij impliceert dat ik denk dat kali en bob bepaalde superkrachten bezitten waardoor ze op allerlei bovenmenselijke manieren zouden kunnen ontsnappen.

(3) ik heb ook een verlammende angst voor de politie en gevangenissen. niet omdat ik een zware crimineel ben, maar juist omdat ik zo’n “braaf dezeke” (quote van HotChick85) ben. of ik nu inkopen aan het doen ben, naar de wasserette ga, of gewoon aan het rondfietsen ben in ‘t stad terwijl ik vrachtwagens probeer te ontwijken, de aanwezigheid van politie maakt mij zodanig gestresseerd dat ik mij extreem verdacht begin te gedragen. het is een beetje een kwaadaardige natuurwet: hoe banger ge zijt van de politie, hoe meer ge op uw stappen gaat letten en des te verdachter dat ge uzelf maakt. zo stond ik dagelijks panische angsten uit toen ze in mijn vorig appartement camera’s hadden geplaatst in en rond onze fietsenkelder. het laatste dat ik zou willen is dat mensen iets slecht over mij en mijn fietsenkeldergewoontes zouden denken, dus deed ik mijn uiterste best om onschuldig over te komen op de bewakingscamera’s. dit resulteerde ongetwijfeld echter in extreem verdacht gedrag waarbij ik als een dief in de nacht de fietsenkelder binnen en buiten sloop, het angstzweet van mij afdruipend en mijn ogen steevast gericht op de veiligheidscamera. needless to say dat mijn fiets halen een zeer stresserende ervaring werd.

(4) veel verdergaand dan mijn angsten die  slechts leiden tot ik die in een straal van 20 meter rond vrachtwagens fiets, ik die altijd mijn ramen controleer als ik de deur uitga en ik die in mijn broek pis als ik de politie zie, is mijn angst voor slangen. zeg maar “fobie”. sinds ik als kind een droom heb gehad waarbij een slang achteraan mijn kinderbedje voorbijslidderde, ben ik de niet zo trotse eigenaar van een slangenfobie van formaat. naast kippenvel, bezorgen slangen mij ook nachtmerries. ooit moest ik eens een droomdagboek bijhouden en hieruit bleek dat ik minstens één keer per week een slangennachtmerrie had. gewoonlijk bestaat zo’n droom uit het moeten bewandelen van een pad bedekt met slangen, het moeten doorsteken van een deurgat met slangen rond de frame, het vastzitten op een boot met slangen, en ettelijke variaties op deze thema’s. ook in mijn wakkere leven bezorgt deze fobie mij danig veel stress. spijtig genoeg beschik ik immers, naast deze fobie, ook nog over een rijke fantasie en een erbarmelijk gevoel voor realiteit, waardoor ik er constant van overtuigd geraak dat slangen mij op elk moment en langs alle kanten kunnen en zullen bestormen. verhalen uit de krant waar deze duivelsdieren worden aangetroffen in wasmachines of verlaten huizen en de aanwezigheid van een zoo dicht bij mij thuis, verergeren deze gedachten alleen maar.